Vanmiddag sta ik buiten met mijn fiets in de hand te praten en kijken naar een bevriende collega en haar nieuwe fiets. We hebben zojuist samen geluncht en gaan op weg naar onze dagelijkse bezigheden.  Ze spreekt hardop uit, ‘waar heb ik mijn fietssleutel gelaten ?’ Haar tas heeft ze inmiddels geraadpleegd, op de bagage drager van haar fiets gelegd en begint in de verschillende zakken van haar broek en jas te voelen naar de sleutel.

Omdat we doorpraten over de prachtige nieuwe fiets die ze heeft en we elkaar ook blijven aankijken, hebben we te laat in de gaten dat haar handtas op vallen ligt. Natuurlijk met de openzijde naar beneden valt de tas op de grond. ‘Ook dat nog, alles eruit !’, roept ze uit. We lachen allebei, want ja dit zijn zo van die ogenschijnlijk vertragende momenten die je er niet ook nog bij wilt hebben.       Met moed en beleid pakt ze haar tas op en zorgt ervoor dat alles meteen weer terugvalt in de tas. Tot grote verrassing en hilariteit blijft de fietssleutel achter op de grond. ‘Fijn dat er zo goed voor me gezorgd wordt !’