Vanmiddag neem ik de trein naar Almelo. Ik stap in een coupé waar veel jonge mensen zitten afkomstig van of op weg naar school. De meesten zitten met hun mobiel in de hand, kijkend en/of typend op het beeldscherm of luisterend met oordopjes in.

Na een tussenhalte halte stapt de conducteur binnen in de coupé waar ik zit. ‘Goedemiddag dames, goedemiddag heren.’ Ik kijk op en zie de man staan. Uit zijn houding spreekt voor mij dat hij op een reactie wacht. ‘Goedemiddag’, zeg ik. ‘Gelukkig nog één persoon die antwoordt’, is zijn reactie. Hij stapt naar voren en begint pasjes te controleren. Wanneer ik hem de mijne aanbied, zegt hij: ‘Nee, die van u geloof ik wel. U geeft tenminste antwoord.’ Vervolgens beginnen de studenten om mij heen de conducteur alsnog een goedemiddag te wensen. ‘Hou maar op’, zegt de conducteur tegen hen, ‘morgen is er weer een kans!’